10 March, 2010 |
Geen zin om een blogberichtje te schrijven vandaag…
Lekker aan ‘t genieten van het idee dat ik sinds dinsdagmorgen 9 maart tante ben van een levensecht nichtje…
I don’t feel like blogging today…
I’m just enjoying the feel of the idea of being an aunt of a wonderful little niece since Tuesdaymorning March 9th…
9 March, 2010 |
(to English text)
Eind juli kochten we twee nieuwe hennen en een haan, maar die haan was een kort leven beschoren. Vanaf het begin bleek dat hij niet helemaal in orde was, en na twee weken was hij dood.
We kochten niet meteen een nieuwe, nee, we zouden wel even rondluisteren, want regelmatig hebben mensen toch een haan te veel… zelf eieren laten uitbroeden of zo.
En inderdaad, een maand later hoorden we van een tante van me, dat een vriendin van haar twee hanen had lopen die ze kwijt wilde, en of we er dus snel een wilde komen halen. We kregen de keuze tussen een doodgewone witte, en een mooie kleurige ‘boerenhaan’. Nee, onze kippen zijn geen raskippen, dus de haan moest dat ook niet zijn. Enig uiterlijk vertoon was de enige voorwaarde.
Helaas, eenmaal thuisgekomen bleek de haan uitermate schuw, en geloof me of niet, maar binnen een paar uur was hij al uit de ren ontsnapt.
Lees hier verder / Continue reading…
8 March, 2010 |
 Lophophanes cristatus | Kuifmees - Crested tit ( to English text)
De koolmees en de pimpelmees zijn mezensoorten die in bijna alle tuintjes te zien zijn. (Ook staartmezen komen in heel veel tuinen voor, maar die behoren niet tot de familie van de echte mezen, de Paridae, maar van de staartmezen, Aegithalidae.)
Maar in de winter krijg je af en toe nog een andere soort te zien. In de voorbije jaren zag ik hier af en toe een zwarte mees, maar deze winter liet die zich niet zien.
Een ander meesje maakte wel voor het eerst zijn opwachting: de kuifmees, Lophophanes cristatus. Het is een vogel die je heel gemakkelijk kan herkennen, in de eerste plaats omwille van zijn duidelijke kuif. Maar ook de zwarte ‘kraag’, en het ver-doorgetrokken streepje eye-liner dat in een hoek naar beneden buigt maakt het beestje onmiskenbaar.
Toch zie je hem niet zo vaak in tuinen. Naaldbossen zijn het natuurlijke biotoop van de kuifmees (net als van de zwarte mees trouwens), en je ziet ze dan ook alleen in tuinen als er een voldoende hoeveelheid naaldhout in de buurt is.
Het vogeltje is een stuk schuwer dan zijn neefjes kool- en pimpelmees, die al helemaal aan menselijke aanwezigheid zijn aangepast. Het is me dan ook nauwelijks gelukt om het enigszins deftig op de foto te krijgen. Ook bijgaand fotootje van afgelopen weekend is geen grote kunst, maar ik ben wel blij met de grappige houding van het beestje…
Crested tit
The Great tit and the Blue tit are common birds in our Belgian gardens. (Long-tailed tits are frequent guests in many gardens, too, but unlike their name, they aren’t species in the tit-family (Paridae), but in the family of bush-tits, Aegithalidae.)
But during the winter we sometimes see other tits too. In previous winters, it was the coal-tit, a tit living in conifer forests, that came in our garden regularly – but this year he didn’t show up. Another tit did: the Crested tit (Lophophanes cristatus) came to visit us. This species is very easy to recognize, in the first place because of its obvious crest. But also the black collar and the long and hooked line of ‘eye-liner’ make him easy identifiable.
Anyway, you don’t see him often in gardens. He’s an inhabitant of coniferous forests too, and he only comes near houses that are close to such woods, preferably of Scots pines.
Compared to the Blue and the Great tit, who are accustomed to human presence, this tit is very shy. I’m not a good birds-photographer, and his shyness made it even more difficult to make a more or less decent picture. I know the photo that comes with this blogpost isn’t of good quality, but I did love the cute posture of the little bird…
5 March, 2010 |
 Photo: Advencap - Creative Commons License
(To English text)
Vorig jaar had ik me voor het eerst op het kweken van tomaten gestort. Eerder had manlief wel wat plantjes bij den Aveve gekocht, maar ik wilde toch eens wat anders proberen, al bleef de schaal behoorlijk beperkt.
De resultaten:
Carovita
Uit een pakje met vier zaadjes van drie verschillende soorten… De naam van deze soort leek me het minst te beloven, want klonk behoorlijk ‘commercieel’.
Oordeel: een oranje-rood tomaatje met een vrij dik velletje. De smaak is niet slecht, maar ook niet bijzonder.
Komt niet meer terug…
Lees hier verder / Continue reading…
4 March, 2010 |
 Aphanes australis | Kleine leeuwenklauw - Slender parsley-piert
( to english text)
Dinsdag vertelde ik over kleine veldkers, een plantje dat ondanks zijn geringe afmetingen wellicht toch bij elke tuinier bekend is.
Maar in mijn tuin vind ik al jaren een ander miniatuurtje, die veel minder in het oog ’springt’.
Leeuwenklauw (Aphanes) is een plantengeslacht dat nauw verwant is met Vrouwenmantel (Alchemilla), maar de plantjes zijn veel en veel kleiner. Het plantje op de eerste foto, een kleine leeuwenklauw (Aphanes australis of Aphanes inexpectata) groeit in een 2 cm brede voeg tussen twee kasseien die je links en rechts op de foto ziet… De grote leeuwenklauw (Aphanes arvensis) is echter nauwelijks groter.
Kleine leeuwenklauw is een plantje dat een voorkeur heeft voor een goed gedraineerde, maar eerder voedselarme standplaats. Ik zie het vooral verschijnen op de kasseipaadjes in de voortuin, waar het ook weinig last heeft van concurrentie van hoger groeiende planten.
Lees hier verder / Continue reading…
3 March, 2010 |
2 March, 2010 |
 Cardamine hirsuta | Kleine veldkers - Hairy bittercress
( to English text)
Vorige week vroeg iemand me om eens wat meer over de kleine veldkers (Cardamine hirsuta) te vertellen.
Kleine veldkers is inderdaad een plantje dat in deze tijd van het jaar heel erg opvalt:
Het is immers een winterannuel, een plantje dat kiemt in de loop van het najaar of de winter, en waarbij bloei, zaadvorming en zaadverspreiding zich in een snel tempo opvolgen wanneer aan het eind van de winter het weer milder wordt. Ze zaaien zich uit voor andere planten goed en wel beginnen te groeien, en de zaden wachten met kieming tot het weer terug kouder wordt. De hele levenscyclus van het plantje vindt dus plaats als de meeste andere planten in rust zijn.
Het grote doel in het leven van de kleine veldkers, is net als voor alle andere levende wezens, de voortplanting en de instandhouding van de soort. Elke plantensoort heeft daarvoor zijn eigen specifieke strategie ontwikkeld, en de strategie van de kleine veldkers heet verstoringstolerantie. (In botanische termen betekent ‘verstoring’ dat de vegetatie geheel of gedeeltelijk vernietigd wordt.)
In een bos met een flinke strooisellaag, maar ook in een grasveld zal je de kleine veldkers niet vaak aantreffen, maar in een voortuintje dat keurig gewied wordt, of in de moestuin waar de aarde wordt losgewerkt, daar ziet de kleine veldkers zijn kans. Ook daar waar het ‘onkruid’ met herbiciden is doodgespoten, gaan de kiemplantjes van de kleine veldkers al snel weer terug voor begroeiing zorgen.
Wanneer je een plantenkwekerij bezoekt, kan je de rozetten van de kleine veldkers met zijn mooie geveerde blaadjes vaak ontdekken in de kweekpotjes met planten die wat achteraf staan. (De plantjes binnen het onmiddelijke gezichtsveld van het publiek worden wel eens netjes schoongeplukt, maar dat betekent niet dat er geen veldkerszaadjes in aanwezig zijn!)
Als je maar een klein beetje op mij lijkt, verlaat je die plantenkwekerij niet zonder minstens een paar plantjes in je handen – en met waarschijnlijk tientallen, wellicht honderden onzichtbare veldkerszaadjes. Thuisgekomen worden die plantjes geplant (en daarvoor verstoor je de bodem in je vaste-plantenborder). In de loop van het komende groeiseizoen houd je al wiedend – verstorend! – alle concurrentie ver weg van je nieuwe troetelplantjes.
In de kale aarde van je herfst- en winterborder zien de zaden vervolgens hun kans schoon: de plantjes kiemen, en zogauw de temperaturen een beetje zachter worden komt het plantje al heel snel in bloei, vormt zaad, en laat die heel snel afrijpen.
Vaak zijn ze zo snel, dat op het ogenblik dat je voor het eerst je border echt grondig gaat wieden, er al een aantal plantjes rijpe zaden hebben. En kleine veldkers wordt niet voor niets in de volksmond ’springzaad’ genoemd: probeer maar een keer een plantje veldkers te wieden, zonder dat de rijpe zaden alle kanten opspringen… en daar liggen te wachten tot ze in het volgende najaar (als de bodem tenminste voldoende verstoord blijft) opnieuw kunnen kiemen.
 Cardamine hirsuta | Kleine veldkers - Hairy bittercress
In mijn tuin vind ik de laatste jaren steeds minder kleine veldkers, waarschijnlijk omdat de mulchlaag in de borders zo weinig mogelijk verstoord wordt, en de veldkerszaadjes dus steeds moeilijker aan de oppervlakte komen. Ik was nochtans altijd blij als ik die plantjes in de tuin zag verschijnen: hun hete, peperachtige smaak vormt een lekker accent in winterse slaatjes, en als ingrediënt voor mijn winterpesto. En het beetje extra vitamine C dat je hiermee binnenkrijgt, is lekker meegenomen!
 Cardamine hirsuta | Kleine veldkers - Hairy bittercress
Hairy bittercress
Last week, someone asked me to tell her something about the Hairy bittercress (Cardamine hirsuta), a plant she found in overabundance in her front yard.
And yes, Hairy bittercress really is a herb that you encounter in the garden very often at this time of the year. It is a winter annual, a plant that germinates in fall or during winter, and as soon as the weather is a little bit milder, it blooms and sets seeds in rapid succession. The seeds are ripe before other plants really start growing, are self-sown in spring and wait until the weather gets colder before germinating again. So they have there complete lifecycle in the period when most plants are dormant.
The most important goal in the life of the Hairy bittercress – as in every other plant’s life – is to reproduce and preserve the existence of the own species. Therefore every plant has developed it’s own strategy, and the one the Hairy bittercress uses is tolerating disturbance. (In botany, disturbance means the partial or complete destruction of the vegetation, e.g. by weeding, plowing…). On places where ‘weeds’ have been killed with herbicides, hairy bittercress is among the first to reappear.
You won’t find hairy bittercress in a forest with a thick layer of undisturbed leaves, nor in a meadow or even a lawn, but in a carefully weeded front yard, or a vegetable plot that has been digged.
When you visit a nursery, you often find the tiny little plants in plant trays in a neglected spot. In other, more visible spots, the plants have been carefully picked, but be sure, some seeds are left in the trays.
When you’re only a little bit like me, you can’t leave the nursery without at least some new darlings… and be sure: you take home some bittercress-seeds too. When you come home, you will plant them in you perennial border (by disturbing the soil!), and during the spring and summer that follows, you carefully weed (disturb!) the soil around them.
And in fall or during winter, when the soil lays naked and disturbed… the seeds germinate. And as soon as the temperature turns milder again, they bloom and set seed.
And be sure, at the moment in spring you kneel in your border to do a first weeding, lots of seeds are ripe already. In Dutch, we sometimes use the folkname ’springzaad’, ‘jumping seed’ for this plant, and for a very good reason: it is nearly impossible to pick a plant without the ripe seeds jumping in every direction… and there they lie, waiting to germinate again in fall, at least when you take care to disturb the soil (weeding!) enough.
In the past years, ever less hairy bittercress appears in my garden, probably because I mulch as a means of ‘weed’ control in my borders. The bittercress-seeds are burried under a layer of compost, and don’t have the chance to germinate, to bloom, and to sow themselves freely.
Nevertheless, I do like this small weedy being… with it’s hot and peppery taste it is a spicy addition to a bowl of salad greens, and I also use it in what I like to call my ‘winterpesto’. (In my winterpesto, I use Wintercress, Barbarea vulgaris or Hairy bittercress instead of Basil.)
And the vitamin C it provides, is just an added benefit!
1 March, 2010 |
Dankzij een paar uur zon afgelopen zaterdag, is de bloeiersoogst nog net iets groter geworden. Het blijft een kort rijtje, met nauwelijks inheemsen, maar wanneer het weer nu wat zachter en zonniger wordt, verwacht ik een explosie van bloei.
Thanks to a few sunny hours last saturday, the list of blooming species has grown a little bit. Nevertheless, it’s still a short one, but when the weather turns milder and we get a little bit more sun, there will be an explosion of blooms and growth this month.
 Crocus sp.
- Corylus avellana – Hazelaar, Hazel
- Crocus ancyrensis
- Crocus tommasinianus – Boerenkrokus, Woodland crocus
- Crocus vernus – Bonte krokus, Spring crocus
- Crocus sp. – een paar mij onbekende soorten/cultivars, some unknown species/cultivars
- Cyclamen coum – Rondbladige cyclamen, (Round-leaved) cyclamen
- Galanthus elwesii – Groot sneeuwklokje, Giant snowdrop
- Galanthus nivalis – Gewoon sneeuwklokje, Common snowdrop
- Hamamelis x intermedia ‘Jelena’
- Iris reticulata
|
|
|
Recente reacties