Lieves berichtje over haar heimwee naar het zevenblad in de tuin van haar ouders was het laatste zetje dat ik nodig had om eindelijk dat langgeplande blogpostje over dat door velen gehate onkruid nu eindelijk eens te plegen.
Zevenblad was één van de geliefde wilde groenten waar ik als student zo graag van gebruik maakte als ik eens voor een hele groep vrienden zou koken… De kosten werden achteraf gedeeld, en niemand snapte hoe ik er altijd in slaagde om voor minder dan geen geld een lekkere schotel op tafel te zetten.
Toen we jaren geleden nog in Lier woonden, hadden we in ons piepkleine stadstuintje geen zevenblad, maar de tuin van het werk van manlief vormde toen mijn bron.
Nadat we bijna twaalf jaar geleden naar ons eigen stulpje verhuisden, ging ik dat zevenblad op een bepaald ogenblik wel missen. Toen ik nog op usenet actief was, en ik in discussie over zevenblad regelmatig verzuchtte, dat ik eigenlijk zin had om dat in een achterafhoekje van de tuin aan te planten, zodat ik eindelijk nog eens van mijn geliefde zevenblad-gratin zou kunnen genieten, werd ik prompt voor gek versleten.
Uiteindelijk kwam het er nooit écht van… tot vorige zomer, toen zag ik in de noord-westhoek van de tuin (het allerverste hoekje van de tuin, helemaal achteraan op ‘het veld‘) plots een toefje zevenblad opduiken. Zou het er dan toch van komen?
Tja, mijn woekerhoekje is niet voor niks een woekerhoekje… behalve de Amerikaanse vogelkers laten we er eigenlijk àlles groeien wat er maar wil groeien, en dat zijn vooral notoire woekeraars. (Overigens: net in dat hoekje van de tuin hebben tuiniers uit de omgeving in het verleden ongewenste ‘overschotjes’ gedumpt, en daardoor duiken er ook allerlei onverwachte gasten op.) Maar die woekeraars houden mekaar wonderwel in evenwicht… of concureren de zwakkeren onder hen weg. En voorlopig lijkt het zevenblad toch niet echt opgewassen tegen het frambozengeweld (hmmmm… zo’n lekkere frambozen… ook een ontdekking van vorige zomer).
Inderdaad: in het vroege voorjaar heb ik nog een toefje zevenblad teruggevonden, maar intussen loop ik er alweer wekenlang naar te zoeken. Mijn zevenblad-gratin is blijkbaar nog niet voor deze zomer.
Maar hadden jullie toch mijn recept gewild?
Gratin van zevenblad
Ingrediënten
- ‘n slamandje vol zevenblad
- 1 eetlepel olijfolie
- 1 gehakte ui
- 1 dl groentenbouillon
- 150 g champignons (of oesterzwammen)
- 1 eetlepel tarwemeel
- 1 dl room
- wat geitenkaas (ik gebruik plakjes van een harde geitenkaas, kan ook worden vervangen door een geraspte pittige kaas)
- zwarte peper
- nootmuskaat
Het zevenblad wassen en goed laten uitlekken.
De boter/olie verhitten, de ui lichtjes fruiten en het zevenblad en de paddestoelen meestoven.
De bouillon toevoegen en de groenten nog een tiental minuten laten sudderen.
De bouillon afgieten (bewaren), de groenten even laten uitdampen en in een ingevette ovenschotel doen.
De bouillon opnieuw verhitten, het tarwemeel oplossen in een beetje water en samen met de room aan de bouillon toevoegen, kort doorkoken en op smaak brengen met versgemalen zwarte peper, nootmuskaat… en over de groenten gieten.
Bedek met plakjes geitenkaas. Bak gedurende 20 minuten in een voorverwarmde over van 200° C, daarna nog 5 minuten onder de grill…
(Bij gebrek aan zevenblad als fotografie-object, heb ik een illustratie gebruikt uit de ‘Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz’ van Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé uit 1885. Deze bewerkte versie van een reproduktie valt onder de GNU Free Documentation license.)







Wat pluk je dan? De jongste blaadjes, zonder stengel? En wat serveer je dan nog bij die gratin, want het lijkt mij (euh, als vleeseter) geen compleet maal…
Nooit gedacht dat je met dit hatelijk kruid nog iets lekker kon maken:-)
Uiteraard wist je het al toen je het schreef, n.l. dat dit verbaasde reacties zou opleveren en hoewel het misschien saai is moet ik me toch scharen onder de verbaasden en mensen die het al jaren aanhoren hoe gehaat de plant wel niet is. Ik heb dat ook van huis uit meegekregen van mijn vader als tuinier in de 60ies en 70ies. Bij ons was ie eigenlijk alleen gehaat omdat ie zo woekerde maar zelfs mijn pa kreeg em tot zijn ergrnis niet weg en dat irriteerde em, want voor de rest was ie 200 % “in control” over de tuin. Een soort controlfreak achtig gedrag dat moest bewijzen dat Homo Sapiens de macht over de natuur had. Maar voordat ik verzand in nostalgisch gezever wil ik nog zeggen dat ie langs een hoge schutting stond aan het zuiden en dus erg in de schaduw stond en het maffe was dat ie ook alleen juist daar groeide en niet richting zonniger plekken in de tuin verder woekerde. En die schutting was zo hoog dat er de gehele dag schaduw was en er niks anders wilde groeien (behalve varens maar die werden als nutteloos beschouwd). Omdat er toch niks anders wilde groeien werd ie op die plek gedoogd als een “noodzakelijk kwaad”.
Ik heb em indertijd nooit zien bloeien en mij pa noemde het “wortelvuulte”. Vuulte is Zeeuws dialect voor onkruid, en “vuul” is vast afgeleid van “vuil”. Met wortelvuulte werd bedoeld dat de plant zich niet via zaad vermeerdere maar door de hardnekkige wortels. Soms werden ze wel eens uitgegraven en dan kwam je heel veel witte vertakte wortels tegen. Uiteraard zijn er veel meer plantensoorten die zichzelf op die manier vermeerderen, ook de even gehate GROTE Brandnetel, die i.t.t. de KLEINE meerjarig is en in de winter via de wortels overleeft.
In de contreien waar ik nu woon had ik em ook in geen jaren gezien totdat ik laatst ergens hier midden in de stad was op een ruig terrein waar geen onderhoud aan gepleegd wordt en waar allerlei leuke planten groeien en het is daar zeer dicht begroeid en plots zag ik daar niet al te grote witte schermbloemen boven de rest uitsteken. Aangezien ik op afstand geen bladeren kon zien dacht ik even aan Fluitekruid maar vond het daarvoor nogal klein en ik ging toen dichterbij kijken en zowaar, na tig jaar weer eens Zevenblad en voor het eerst in mijn leven zag ik em bloeiend, rare ervaring vond ik dat.
Laat ik mijn (wellicht te) lang verhaal eindigen met een vraag: in onze vroegere tuin gedijde ie supergoed in de schaduw maar bloeide ie nooit. Op zonniger plekken groeide ie helemaal niet. En nu, zoveel jaar verder vind ik em dus op een zonnige plaats en daar bloeit ie dus wel. Ik had het dus altijd voor een typische schaduwplant aangezien omdat ie juist daar graag groeide maar nooit bloeide. Hoe zou dat nou komen ? Vermoedelijk een bijna onmogelijk te beantwoorden vraag als je de groeiplekken niet kent en zoiets als “waarom zijn bananen krom ?” Maar toch kan ik het niet laten om op zijn minst mijn verbazing uit te spreken en des te meer over de eetbaarheid ervan. Menig moestuin tuinier zou ons (jou) voor gek verklaren, ze doen maar …. in mijn optiek wordt het dan juist extra leuk :)
@ Alcyon: De kaas bevat heel wat eiwitten, maar als je er nog wat meer vleesvervangende ingredienten in wil doen, kan je wat linzen koken en in de schotel verwerken. (‘k Heb het gerecht nog nooit klaargemaakt, maar ‘t lijkt me geen slechte combinatie)
“Wat pluk je dan? De jongste blaadjes, zonder stengel?”
Ik deel deze vraag. Pluk je enkel de jonge blaadjes omdat die het sappigst zijn, en laat je de rest van de plant staan omdat die misschien taaier is? Of kan je alles aan de plant met net zoveel smaak eten?
Ik herken de plant, moet hem alleen weer ‘tegenkomen’, ik ga er dan ook zeker wat mee proberen.
Ai… door mijn vakantie de commentaren op dit bericht even uit het oog verloren.
Ik gebruik inderdaad relatief jonge blaadjes, met de bladsteel, maar geen bloeistengels. De steeltjes snijd ik wel in kleine stukjes.
@Goele… Nu word ik wel even nieuwsgierig welke Goele dit is ;-) (Je mailadres herken ik immers niet als dat van de Goele die ik heel goed ken, maar iedereen heeft tegenwoordig wel een handvol adressen, dus dat hoeft niks te betekenen…)
Oké, bedankt!