De meidoorn is al van oudsher een boom waaraan uitzonderlijke krachten werden toegeschreven, en werd zowel bij de Germanen, de Kelten, de Grieken als de Romeinen als een heilige struik vereerd.
Maar behalve als cultusplant, heeft de meidoorn ook grote waarde als medicinaal kruid.
Beschrijving
De meidoorn wordt ingedeeld in de grote familie van de rosaceae (roosachtigen).
De bloemen van de appelachtigen zijn meestal mooi en vrij groot, en worden door insecten bestoven. De vruchten worden gegeten door vogels en zoogdieren, die daarmee zorgen voor de verspreiding van de zaden. Wat de meidoorn betreft gaat het hier vooral om vogels. In het najaar zijn het vooral spreeuwen en vinken, en ook trekvogels die in die periode overtrekken. Kramsvogels en koperwieken die hier overwinteren voeden zich met de overgebleven bessen.
Bij heel wat soorten komen takdoorns voor als bescherming tegen dieren. Dit geldt – zoals zijn naam al zegt – ook voor de meidoorn.(De ‘puntige uitsteeksels’ die uit een tak ontstaan zijn inderdaad ‘doorns’, terwijl uitsteeksels die uit een vervormde bladknop ontstaan ‘stekels’ zijn. In tegenstelling tot het gezegde zijn er dus wel degelijk ‘rozen zonder doornen’, want rozen hebben uitsluitend ‘stekels’.)
Voor alle meidoorns geldt verder dat hun bloemen in vertakte bloeiwijzen geschikt staan. Ze hebben één tot drie stijlen, stampers (zie ook Naamgeving). De meidoornbloesems zijn bloemen met halfverborgen honing, wat betekent dat onder gunstige omstandigheden, bij helder zonneschijn, de honing onmiddelijk zichtbaar is, doch anders min of meer onzichtbaar is. Zij worden vooral bezocht door vliegen, wespen en korttongige bijen. De bloemen zijn protogynisch, wat inhoudt dat de stamper vroeger rijp is dan de helmknoppen.
Geen enkele meidoornsoort is giftig.
De bast van alle soorten is aanvankelijk licht bruingrijs en glad, op latere leeftijd bruin en vol barstjes.
De meidoornsoorten hebben een opvallende geur, die echter minder uitgesproken is bij de (gekweekte) vormen met dubbele bloemen.
In tegenstelling tot de sleedoorn (Prunus spinosa L.) die eerst bloeit en daarna bladeren vormt, verschijnen bij de meidoorn de bloemen na de bladeren.
- De eenstijlige meidoorn
- De eenstijlige meidoorn is een struik die vijf tot acht meter hoog kan worden. Soms worden boomvormen gekweekt. De bloesems bloeien in mei-juni, enkele weken later dan de C. oxyacantha. Zoals de naam al zegt, heeft deze soort slechts één stijl, de vruchten hebben dan ook slechts één pitje. De meeldraden zijn violet. De kweekvormen hebben soms dubbele of rode bloemen. De dofrode vruchtjes, die in september-oktober rijp zijn, zijn bijna rond, en met lange lancetvormige kelkblaadjes gekroond. De bladeren zijn veerdelig tot veerspletig gelobd: de ronde insnijdingen lopen minstens tot halverwege de middennerf. De lobben zelf zijn gaafrandig of met alleen tanden aan de top. De struik draagt lange, rechte takdoorns. De soort is meer algemeen dan de tweestijlige, en wordt gevonden in bossen, houtwallen en in de duinen. Het areaal omvat behalve Europa ook West-Siberië en Noord-Afrika.
- De Tweestijlige meidoorn
- De tweestijlige meidoorn is wat kleiner dan de vorige soort, tot vier meter hoog. De takken zijn zwakbehaard en dragen doorns die tot 2.5 cm lang zijn. De bloesems bloeien in de maand mei. Zij hebben meestal twee stijlen, soms drie of slechts één. De vruchtjes hebben dan ook twee of drie pitjes (zelden één). De meeldraden van de tweestijlige meidoorn zijn roodachtig. De balderen zijn breed-eirond, met drie tot vijf korte gezaagde
lobben (de insnijdingen gaan niet tot halverwege de middennerf). Het areaal van de tweestijlige meidoorn is beperkt tot Europa, waar hij ook minder voorkomt dan de eenstijlige. Als men de tellingen uit de eerste helft van deze eeuw vergelijkt met meer recente, lijkt hij zelfs in aantal achteruit te gaan.
Andere soorten
Over de wereld verspreid komen er een tweehonderdtal verschillende soorten meidoorns voor. Het zijn meestal doornige struiken die over het algemeen tegen wat extremere omstandigheden (bv zeewind)
bestand zijn. In onze streken komen behalve de één- en de tweestijlige meidoorn ook nog volgende, al dan niet gekweekte soorten voor:
- Crataegus calycina (Koraalmeidoorn)
- Een zeldzame struik, voorkomend in het oostelijke rivierengebied in Nederland. Bij deze soort is vrijwel de gehele bladrand gelobd, en de insnijdingen van de lobben zijn puntig. Deze soort heeft geen geneeskrachtige waarde, net zo min als de volgende.
- Crataegus crus-gali (Hanedoorn)
- Een brede, goed vertakte struik, horizontaal uitspreidend. Bloeitijd mei, bloemen wit, met 15-20 in een bloeiwijze. Rode vruchten, bladeren omgekeerd eirond, niet gelobd, met gezaagde bladrand. Eén of twee, zeldzaam drie stijlen. Gekweekt.
- Crataegus pedicellata
- Langzaam groeiende struik, die
op oudere leeftijd ongedoornd is. Bloeitijd mei, vruchten zeer talrijk, rood. Gekweekt. - Crataegus pinnatifida
- Sterk groeiend, met meestal ongedoornde twijgen die geelbruin van kleur zijn. De bladeren zijn aan beide kanten op de nerven behaard, gelobd en vrij diep, onregelmatig gezaagd. Bloeitijd mei-juni. Vruchten rood met witten punten en 4-5 stenen, iets peervormig. Blad verkleurd mooi rood in de herfst.
Teelt en Oogst
Zowel de één- als de tweestijlige meidoorn kunnen uit zaad vermeerderd worden. Wel duurt het vrij lang voor de zaden kiemen, soms tot ruim twee jaar.
Meestal slaat men het zaad direct na rijping gedurende anderhalf jaar in vochtig zand op, buiten doch vorstvrij (stratificatie).
De cultuurvormen worden geënt op de onderstam van C. monogyna.
Een (pas)gezaaide meidoorn die men pas later een definitieve plaats wil geven, moet herhaaldelijk verplant worden om een voldoende compacte wortelkluit te verkrijgen.
De boom vormt immers normaal een penwortel, waardoor hij na verplanten nog moeilijk aangroeit.
De meidoorn is niet kritisch ten opzichte van de bodem. Toch mag deze niet te droog zijn. Het is zelfs niet bezwaarlijk als de bodem in de winter wat nat word.
De meidoorn heeft een voorkeur voor een enigszins kalkrijke grond, die niet té arm is.
Op zeer droge en arme gronden kan men wel meidoornheggen aanplanten, maar bomen en solitaire struiken doen het daar minder goed.
Op een plek in volle zon zal de meidoorn het meest uitbundig bloeien.
Van de meidoorn worden zowel de bladeren, de bloesems als de vruchten gebruikt.
De bladeren verzamelt men in de voorzomer (mei-juni). Ze worden in het donker gedroogd.
De bloemen kan men in mei en juni oogsten, als ze net ontloken zijn. Ze moeten voorzichtig in het donker gedroogd worden, bij een niet te hoge temperatuur (niet boven 35°C). De bloempjes die tijdens het droogproces bruin verkleuren verwijdert men.
De geheel rijpe, rode vruchtjes kan men van half september tot half november plukken. Ze worden eerst in de schaduw gedroogd, daarna bij matige kunstmatige hitte. Hierbij kan het aangewezen zijn om het velletje te kneuzen opdat het droogproces sneller zou verlopen.
Medicinaal Gebruik
Inhoudstoffen
Blad:
- meerdere flavonoïden, waaronder vitexine,
vitexine-4-rhamnoside, quercetine en quercetine-3-galactoside - ursol-en oleanolzuur
- purinederivaten
- choline en
acetylcholine - organische zuren, waaronder 2-fenylchromoon
derivaten - catechinelooistof
Bloesem:
- meerdere flavonoïden, waaronder vitexine, vitexine-4-rhamnoside, quercetine en quercetine-3-galactoside
- ursol- en oleanolzuur
- purinederivaten
- choline en acetylcholine
- organische zuren
- catechinelooistof
- etherische oliën, met name anijsaldehyde, waarvan de karakteristieke geur vooral in zonlicht opvalt
- amines: trimethylamine, fenylethylamine,o-methoxyfenylmethylamine en tyramine
Vrucht:
- flavonoïden, waaronder vitexine, vitexine-4-rhamnoside, quercetine en quercetine-3-galactoside
- triterpeenzuren
- fruitzuren
- vette olie
- vruchtsuikers
- carotinoïden
- anthocyaan-kleurstoffen
- tannines
- vitamine B en C

Eigenschappen
De werking van meidoorn is vooral terug te voeren op de aanwezige flavonoïden. Deze verbeteren de doorbloeding van de coronairen (kransslagaders van het hart) en maken de capillairen (haarvatjes) minder kwetsbaar.
Gebruik
Meidoorn wordt wel de “valeriaan van het hart” genoemd. Inderdaad heeft de plant een duidelijke cardiotonische werking: ze werkt actief in op de hartzenuwen, en doet het hart daardoor krachtiger doch rustiger kloppen.
Bovendien is er een positief effect op de coronairen
en op de hartspiercellen.
Bereidingen op basis van meidoorn worden gebruikt bij “ouderdomskwalen” van het hart, als de hartfuncties verminderen en problemen optreden ter hoogte van de kransslagaders.
Maar ook bij niet-leeftijdsafhankelijk hartklachten wordt meidoorn gebruikt, zoals bij bepaalde ritmestoornissen, hartzwakte na infectieziekten of overbelastingsklachten.
In de nabehandeling van een hartinfarct wordt ook van meidoorn gebruik gemaakt.
Behalve bij ‘objectieve’ hartklachten is meidoorn ook effectief bij subjectieve stoornissen als prikkelbaarheid en angst, alsook bij menopauzeklachten en klachten van neurovegetatieve instabiliteit (met angst, duizeligheid en oorsuizen).
Soms wordt meidoorn aanbevolen bij hoge bloeddruk, maar soms kan meidoorn de bloeddruk juist verhogen. Een zorgvuldige controle is dus aangewezen.
Meidoorn wordt bovendien toegepast bij claudicatio intermittens (hevige pijn in de kuitspieren die optreden na het wandelen van een afstand van hoogstens enkele honderden meters) en bij het Raynaudfenomeen (een abnormale spastische reactie van bloedvaten van vingers en
tenen op bv koude). Ook de Ayurvedische en de Chinese kruidengeneeskunde maakt bij deze problemen gebruik van meidoorn.
Waarschuwingen en contraindicaties
Meidoorn is enkel effectief bij langdurig gebruik, het is absoluut niet giftig en stapelt zich niet op in het lichaam. Toch is een waarschuwing op zijn plaats:
Wie reeds met andere middelen (bv digitalispreparaten) wordt behandeld, dient onder zeer strikte medische controle te blijven als hij met een meidoornkuur start.
Immers, het is mogelijk dat er door het gebruik van meidoorn minder van de andere middelen nodig is, waardoor een relatieve overdosering bestaat, die bij genoemde digitalispreparaten, maar ook bij andere geneesmiddelen, eventueel tot ernstige vergiftigingsverschijnselen kunnen leiden.
Naamgeving
De etymologie van de wetenschappelijke naam van de meidoorn slaat op de aard van het hout: Crataegus is een latinisering van het Griekse Krataios, wat stevig, sterk betekent.
Het is een toespeling op het harde hout van de struik (Vroeger werd een beulshakblok wel eens uit meidoornhout vervaardigd).
Ook de soortnaam heeft bij beide meidoornsoorten een Griekse wortel:
In C. monogyna herken je het Grieks monos = alleen en gunè, gunaikos = vrouw. De bloem heeft slechts één stamper.
In de soortnaam van de C. oxyacantha herken je (alweer) het Grieks oxys = scherp en akantha = doorn, dus een struik met scherpe doorns.
De wel zeer beeldende benaming ‘meidoorn’ behoeft geen verdere uitleg voor wie de doornige struik in de meimaand wel eens in bloei heeft gezien.
Ook in andere talen werd de naam van de meidoorn minstens geïnspireerd op de doornen (F: aubépine, E: Hawthorn, D: Weißdorn.)
Volksnamen
Nederlands: Deur, Deurnboom, Deurnbosch, Doorleer, Doorn, Doornage, Doornbeziën, doornboom, Gijbe, Haagappelboom, Haagbloemen, Haagdoorn, Hagebeam, Hagebeiers, Hagedeurne, Hagedoarn, Hagethoarn, Hakedoorn, Henkulle, Hègedeurne, Hiepdoorn, Jopenboom, Kermiskersen, Kurtsebeiers, Meibloemen, Meitakken, muldertje, Papekannekens, Peerdeweepen, Pikkebezen, Pullekens, Rooie Japenboom, Smeerpotje,
Smoarbeibeam, Spelledoorn, Spillebezie, Spukdoorns, Stennbessen, Steendoorn, Stekelboom, Tuiteboom, Vetpotjes, Vretbeienboom, Wibbelken, Witte Doorn, Zwijnebeiers
Engels: English Hawthorn, Oneseed Hawthorn, common Hawthorn,Mayflower, May tree, Quickset, Whitethorn, Maybush, Mayblossom, Haw, Halves, Hagthorn, Ladies’ Meat, Bread and Cheese tree
Duits: Hagedorn, Hageapfel, Heckendorn, Mehlbeeren, Mehlfäßchen, Christdorn
Frans: Épine blanche, Poire d’oiseau, Senelles, Aubépine à un style, Aubépine à deux styles;
Geschiedenis en Folklore
De meidoorn is al van oudsher een boom waaraan uitzonderlijke krachten werden toegeschreven, en werd zowel bij de Germanen, de Kelten, de Grieken als de Romeinen als een heilige struik vereerd.
In Griekenland was de meidoorn aan Maia, de Godin van de meimaand toegewijd. In Griekenland en Rome had de meidoorn een rol bij huwelijken: Het hout werd voor toortsen gebruikt, en de bloesems werden in kransen gevlochten.
Tijdens de Anthesteriën, een ritueel ter ere van Dionysos, waarbij ook de doden herdacht werden, werden meidoorntakken gebruikt om de geesten van kwaadwillige overledenen af te weren. Dat is sommige streken in Frankrijk tot recent nog meidoorntakken boven het wiegje van een pasgeborene werden gehangen, zou hier nog een overblijfsel van kunnen zijn.
Dioscorides schreef rond 50 C.E. dat men met de wortel van de meidoorn driemaal op de buik van een zwangere vrouw moest slaan om een vroegtijdige geboorte uit te lokken. Ook aan dit gebruik zijn nog lang herinneringen blijven bestaan, getuige het feit dat in een boek van rond 1800 nog vermeld werd dat men, om een geboorte te bevorderen, men een doornige meidoorntak drie maal op het blote lichaam van de zwangere vrouw moest laten vallen.
De Romeinen wijdden de meidoorn aan Cardia, de beschermgodin van de huisdrempels. Men hing daartoe een meidoorntak aan de huisdeur of verbrandde er een als rookoffer bij de ingang. Ook dit gebruik zou in heel wat streken van West-Europa nog lange tijd hebben voortgeleefd. Een meidoorntwijg bij de deur van de hoeve zou heksen verjagen. In Duitsland diende de meidoorn om de melk tegen beheksing te beschermen, en in andere streken beschouwde men de struik als een bescherming tegen blikseminslag.
Heilige plaatsen werden vaak omringd door meidoornhagen. Zo heeft men doornhagen aangetroffen rond hunebedden, oude Germaanse offerplaatsen en heilige bomen. Na de kerstening bleven deze plaatsen vaak drukbezocht, en heel wat van deze plekken werden dan ook gekerstend. In Oudenaarde staat nog een kapel van O.-L.-V.-ten-Doorn, en ook in Karintië (Oostenrijk) in Eisenkappel is een kerk die nu ‘Maria Dorn‘
wordt genoemd, maar vroeger ‘Unsere Liebe Frau im Dornach’ werd genoemd (Onze Lieve Vrouw in de Doornhaag).
Van de staf van Jozef van Arimathea werd vaak gezegd dat die uit meidoorn was gesneden, en wel van een struik die in mei en in december bloeide. Te Glastonbury in Engeland, een oeroude heilige plaats van de Kelten, waar later een christelijke kerk gebouwd werd, groeide een meidoorn waarvan men zegde dat hij elk jaar op de vooravond van Kerstmis bloeide. Deze zou afkomstig zijn van de staf van diezelfde Jozef van Arimathea. Die zou in het jaar 63 op verzoek van de apostel Philippus naar Groot-Brittanë zijn gekomen, en bouwde in Glastonbury een kerk. Uit de staf van Jozef groeide daar een Meidoorn, die elk jaar op Kerstavond bloeide.
tot in de tijd van Charles I (1600-1649) bracht men jaarlijks op Kerstdag een bloeiende tak naar de koning. Toen in het jaar 1753 de bloei niet op Kerstavond intrad, verkoos de bevolking van Quainting in Buckinghamshire geen Kerstfeest te vieren, maar wachtte af tot de struik daadwerkelijk begon te bloeien, wat uiteindelijk op 5 januari gebeurde. Overigens zou het hier gaan om een meidoorn-varieteit die inderdaad in zachte winters een tweede maal bloeit.
In het Vlaamse Haspengouw (Brustem, Hakendover) vind men op enkele plaatsen een ‘Spikboom’: het gaat om een meidoorn waaraan men de kracht toeschreef de velden vruchtbaar te maken. Hiertoe moest een takje van de boom of een beetje aarde meegenomen worden naar de eigen akker.
De huidige ‘Spikboom’ in Hakendover werd in 1997 op zo’n 250 jaar geschat. Volgens de legende zou hij een afstammeling zijn van een meidoorn uit 690.
Symbolisch gebruik
In ‘Plantes médicinales et sorcellerie’ van Frédéric Vernet, een boekje over allerhande magische gebruiken in de Provence wordt het volgende (erg omslachtige !) liefdesritueel beschreven:
Laat een kippenhartje langzaam drogen onder een piramide van karton. Zorg ervoor dat de zijden van de piramide naar de vier windstreken zijn gericht, en plaats het hartje op een derde van de totale hoogte. Plaats na drie dagen een fotootje van de persoon op wie je verliefd bent onder het hartje, en steek drie doorns van een meidoorn in het hart. Wacht nog drie maancycli, en het voorwerp van je liefde zal onvoorwaardelijk voor je vallen… Tja…
Aan de hand van het gegeven dat de meidoorn toch vaak met vruchtbaarheid, en geboorte in verband lijkt te zijn gebracht, ligt het voor de hand ook nu nog deze associatie verder te zetten.
Zelf vind ik ook de associatie met bescherming, veiligheid heel vanzelfsprekend.





[...] Beschrijving | Teelt en Oogst | Medicinaal Gebruik Naamgeving | Geschiedenis en Folklore [...]